Trainnews organiseert een jeugddag
Wil je jezelf kort voorstellen?
Ik ben Nicholas Rombaut, auteur van Getreind, een autobiografisch boek dat ik geschreven heb na mijn zelfmoordpoging, waarbij ik voor een trein sprong.
Waarom heb je besloten jouw verhaal te delen?
Omdat ik mijn hele leven moest zwijgen over wat me overkwam en wat ik dacht, om de schone schijn op te houden.
Nadat ik zo lang zo dicht bij de dood had gelegen, besefte ik dat, als ik gestorven was, iedereen waarschijnlijk zou denken: ‘Domme Nicholas toch, waarom heeft hij dat gedaan?’
Ik wilde vertellen waarom.
En als ik nu sterf, kan mijn zoon tenminste lezen hoe zijn vader over bepaalde dingen dacht.
Wat hoop je dat kijkers uit dit interview meenemen?
Ik wil vooral dat mensen die met zelfmoordgedachten worstelen beseffen dat ze niet alleen zijn. Want wanneer je zo diep zit, kan het echt voelen alsof je helemaal alleen op de wereld bent.
Daarnaast wil ik met mijn eigen verhaal laten zien dat het mogelijk is om je leven opnieuw in handen te nemen. Ook dat kun je je op zo'n moment nauwelijks voorstellen.
Maar eigenlijk wil ik vooral jongeren bereiken. Ik wil hun duidelijk maken dat ze hun mond mogen opentrekken wanneer er thuis, op school of in hun eigen hoofd dingen misgaan. Dat ze niet alles moeten verzwijgen of alleen moeten dragen.
Hoe zag je leven eruit in de periode voordat het misging?
Als een steeds nauwer wordende tunnel.
Ik werd gepest op mijn werk en had me ziek laten schrijven. Ik zat inmiddels al een jaar thuis, keek deprimerende series, dronk steeds meer en was verslaafd aan benzodiazepines.
Ik zag geen toekomst meer en had nergens nog zin in, behalve mezelf te verdoven.
Thuis waren er veel ruzies met mijn vrouw. Uit onmacht werd ik regelmatig agressief, maar die agressie reageerde ik af op materiële zaken. Televisies, deuren, ruiten... Er is in die periode nogal wat gesneuveld.
Welke signalen merkte je achteraf gezien bij jezelf?
Eigenlijk heb ik die bij de vorige vraag al grotendeels opgesomd. Het toenemende drankgebruik, mezelf voortdurend willen verdoven, mijn agressieve uitbarstingen en vooral het feit dat ik nergens nog plezier in vond en geen toekomst meer zag.
Achteraf herken ik dat allemaal als alarmsignalen, maar op dat moment was het gewoon mijn dagelijkse werkelijkheid.
Waren er dingen waar je toen mee worstelde die anderen misschien niet zagen?
Achteraf bekeken worstelde ik toen al met complexe PTSS, maar dat wist ik zelf nog niet.
Daarnaast heb ik autisme, waardoor ik gevoeliger ben voor overprikkeling. Die twee kunnen elkaar versterken.
Dat verklaart voor een groot deel waarom ik zo'n sterke drang had om mezelf voortdurend en zo veel mogelijk te verdoven. Ik wilde me afsluiten van alles, in bed kruipen en zo lang mogelijk slapen.
Wat zou je willen dat mensen beter begrijpen over zulke moeilijke periodes?
Dat ze niet zomaar vanuit hun eigen perspectief over iemand anders kunnen oordelen.
Als je zelf nooit op die manier met verslaving, depressie of trauma's geworsteld hebt, moet je niet doen alsof je beter weet wat iemand anders moet doen.
Je kunt natuurlijk raad geven, maar je kunt een blinde ook zeggen dat hij moet kijken. Dat maakt nog niet dat hij kan zien.
Wittgenstein zei het mooi: ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.’
Of, zoals ik het liever zeg: waar je niet over kunt praten, moet je je klep houden.
Wat heeft je geholpen na die gebeurtenis?
Liefde. De liefde van mijn zussen, mijn broer, mijn ex-vrouw, mijn ouders en mijn neef. En het vooruitzicht op de geboorte van mijn zoon Owen.
Maar ook doodsangst.
Welke rol speelden familie, vrienden of hulpverleners?
Vooral die van een vriendelijk, vertrouwd gezicht.
Zoals ik al zei, verkeerde ik voortdurend in doodsangst. Ik hallucineerde, wist niet wat er gebeurd was en had geen besef van een verleden of een toekomst. Ik keek hele dagen en nachten uit naar het moment waarop er bezoek mocht langskomen.
De hulpverleners zorgden in de eerste plaats voor mijn lichaam.
De psychologe was anders. Ik herinner me niet meer wat we tegen elkaar gezegd hebben, als ik überhaupt al iets kon zeggen, want mijn stembanden waren beschadigd.
Maar haar warme aanwezigheid herinner ik me nog heel goed. Ik onderhoud nog steeds een goede band met haar, ook op professioneel vlak.
Wat waren de eerste stappen richting herstel?
Ik heb het gevoel dat mijn herstel pas echt begon toen ik van intensieve zorgen naar de afdeling traumatologie mocht.
Daar kon ik voorzichtig beginnen oefenen, bijvoorbeeld om op één been te staan. Het was een eerste, lichte vorm van revalidatie.
Maar minstens even belangrijk was dat ik daar een kamer voor mezelf kreeg. Ik lag niet langer tussen vier halftransparante gordijntjes, omringd door het voortdurende gebliep en getuut van machines, het eeuwige licht, het gekerm van andere patiënten en de constante aanwezigheid van medisch personeel. Ook was ik niet meer aangesloten op al die draden en kabels.
Voor het eerst kreeg ik weer een beetje rust en ruimte om te herstellen.
Welke uitdagingen kwam je tijdens je herstel tegen?
Vooral schuldgevoel tegenover veel mensen, onder wie mijn ongeboren zoon.
Daarnaast was er de ledematenrouw. Ik moest in het reine komen met een nieuw lichaam en leren aanvaarden wat ik allemaal niet meer zou kunnen.
Ik wilde ook ontzettend graag terug naar huis, bij mijn gezin, maar dat was natuurlijk nog niet mogelijk.
Dan waren er de fysieke uitdagingen. Zo'n revalidatie is geen lachertje. Bovendien ontdekte ik dat ik POTS had ontwikkeld, waarschijnlijk als gevolg van de coma. Dat was opnieuw een flinke dreun.
Maar wat ik misschien nog het meest miste, was mijn leven buiten die muren.
Wat geeft je vandaag kracht om verder te gaan?
Mijn zoontje speelt daarin een grote rol. Maar minstens even belangrijk was het vinden van een nieuwe richting in mijn leven.
Vandaag heb ik de ambitie om boeken te schrijven over minder conventionele onderwerpen. Dat geeft me iets om naartoe te werken en een reden om 's morgens op te staan.
Daarnaast ben ik niet langer verslaafd aan pillen en pinten.
Mijn zoon, mijn schrijversambities en het feit dat ik van mijn verslavingen af ben. Dat is misschien wel mijn heilige drievuldigheid.
Welke signalen zouden mensen volgens jou serieus moeten nemen?
Dat verschilt volgens mij van persoon tot persoon. Maar er zijn misschien enkele algemenere signalen, zoals iemand die zich steeds meer terugtrekt, zichzelf niet meer verzorgt of onverschillig wordt tegenover dingen die hem of haar vroeger interesseerden.
In mijn geval maakte ik bijvoorbeeld vaak morbide grappen. Alleen meende ik eigenlijk wat ik zei, terwijl de anderen dachten dat het gewoon om te lachen was.
Ik had ook al tegen verschillende mensen gezegd dat ik dood wilde. Maar ze waren dat misschien zo gewoon geworden van mij dat ze het niet meer ernstig namen.
Daarom denk ik dat je zulke uitspraken altijd serieus moet blijven nemen, ook wanneer iemand ze al vaker gedaan heeft of ze als grap verpakt.
Hoe kunnen vrienden of familie iemand helpen die het moeilijk heeft?
Ik kan hier alleen vanuit mijn eigen ervaring antwoorden.
Eerlijk gezegd had ik het gevoel dat niets of niemand me nog kon helpen. Ongeveer zes maanden voor mijn zelfmoordpoging had ik al besloten dat ik een einde aan mijn leven wilde maken. De dag waarop het uiteindelijk gebeurde, was impulsief, maar de gedachte zelf was dat niet.
De hulp had dus veel vroeger moeten komen. Alleen weet ik niet welke hulp toen nog een verschil had kunnen maken.
Ik wist destijds niet dat ik complexe PTSS had. Als ik dat geweten had, zou ik meteen met EMDR begonnen zijn. De hulp die ik tot dan toe kreeg, voelde voor mij vooral als symptoombestrijding. Ik was mijn vertrouwen in therapie verloren.
Wat had jij graag gehoord van anderen toen je in die situatie zat?
Eerlijk gezegd? Dat ze me toestemming gaven om mezelf van kant te maken.
Zo ver was het toen gekomen. Ik wilde niet meer overtuigd worden om verder te leven. Ik wilde vooral dat iemand begreep hoe ondraaglijk het leven voor mij geworden was.
Dat was hoe ik er destijds tegenover stond. Vandaag kijk ik daar heel anders naar.
Welke misverstanden bestaan er volgens jou over psychische problemen?
Dat hangt natuurlijk af van welke psychische problemen we spreken. Borderline en depressie zijn bijvoorbeeld twee heel verschillende zaken. Over borderline kan ik weinig zeggen, omdat ik daar zelf geen ervaring mee heb.
Wat depressie en trauma betreft, had ik vroeger zelf een groot misverstand: ik dacht dat mijn brein statisch en onveranderlijk was. Dat ik gedoemd was om voor altijd te blijven denken en voelen zoals ik toen deed.
Inmiddels heb ik geleerd wat neuroplasticiteit is. Ons brein kan veranderen. Door ervaringen en bepaalde behandelingen kunnen neurale verbindingen versterkt of afgezwakt worden. Dat inzicht heeft mijn kijk op herstel ingrijpend veranderd.
Een ander misverstand is volgens mij dat medicatie altijd de enige oplossing zou zijn. Medicatie kan absoluut noodzakelijk of nuttig zijn. Ik zou hypocriet zijn als ik dat ontkende. Maar er bestaan ook heel wat andere behandelingen die, afhankelijk van de problematiek, minstens even effectief of soms effectiever kunnen zijn.
Veel daarover heb ik geleerd uit The Body Keeps the Score van Bessel van der Kolk.
Hoe gaat het vandaag met je?
Goed en slecht.
Het goede is dat ik gelukkig ben. Ik heb mijn zoontje, mijn passies, mijn ambities, mijn hond en een aantal familieleden die veel voor me betekenen.
Maar er zijn ook moeilijke kanten. Ik lijd aan chronische slapeloosheid en wanneer ik eindelijk slaap, word ik geteisterd door een onophoudelijke stroom nachtmerries. Daarnaast heb ik chronische rugpijn als gevolg van drie wervelfracturen.
Ook op relationeel vlak zijn er uitdagingen. Ik merk dat ik door mijn amputaties minder aantrekkelijk gevonden word door sommige vrouwen. Dat klinkt misschien onnozel, maar het kan behoorlijk pijnlijk zijn.
Soms heb ik online een heel goed gesprek met iemand, tot blijkt dat ze op mijn foto's niet gezien heeft dat ik amputaties heb. Wanneer ze dat ontdekt, wordt het contact soms abrupt verbroken. Dat heb ik al regelmatig meegemaakt en het doet pijn.
Tegelijk begrijp ik het. Fysieke aantrekkingskracht laat zich nu eenmaal niet leiden door moraal of principes.
Dus ja, ik ben gelukkig. Maar dat betekent niet dat alles gemakkelijk is.
Waar kijk je momenteel naar uit in het leven?
Ik heb momenteel verschillende creatieve projecten lopen en kijk vooral uit naar het moment waarop alles samenkomt en ik echt momentum kan creëren rond mijn boek Getreind.
Daarnaast kijk ik er enorm naar uit om Herman Brusselmans bij hem thuis te bezoeken. Toen ik onlangs een lezing van hem bijwoonde, hebben hij en vooral zijn vrouw me uitgenodigd.
Brusselmans is een van mijn literaire idolen, dus dat is voor mij toch wel iets bijzonders.
Wat is de belangrijkste boodschap die je de kijkers wilt meegeven?
Als je het dan toch doet, doe het niet met de trein. Want het zal je familie geld kosten. Of jezelf, als je het overleeft.
Alle gekheid op een stokje: ik was ervan overtuigd dat mijn leven nooit meer beter zou worden. Daar had ik het mis. Ik ben vandaag gelukkig, ondanks alles wat er gebeurd is.
Daarom zou ik vooral willen zeggen: neem geen onomkeerbare beslissing vanuit de overtuiging dat je toekomst al vastligt. Want dat weet je niet.