Schrijf je in op onze nieuwsbrief
Het Duitse Deutschlandticket, ook wel bekend als het D-ticket, blijft volgens een nieuw onderzoek een succes. Het voordelige maandabonnement voor het openbaar vervoer zorgt voor lagere reiskosten voor burgers, stimuleert het gebruik van trein, bus en metro en draagt bij aan een vermindering van de CO₂-uitstoot. Toch klinkt er ook kritiek uit de sector: vervoerders waarschuwen dat de positieve conclusies uit het onderzoek mogelijk te optimistisch zijn.
Het Deutschlandticket werd ingevoerd als opvolger van het tijdelijke 9-euro-ticket dat in 2022 werd gelanceerd tijdens de energiecrisis. Met het huidige abonnement kunnen reizigers voor een vaste maandprijs onbeperkt reizen met regionale treinen en lokaal openbaar vervoer door heel Duitsland.
Volgens het recente onderzoek heeft het ticket meerdere voordelen. Zo verlaagt het de financiële druk op huishoudens en stimuleert het het gebruik van openbaar vervoer. Daarnaast speelt het een rol in het verminderen van de uitstoot doordat meer mensen hun auto laten staan.
De Duitse transportminister Patrick Schnieder noemt het ticket daarom “effectief”. Volgens hem biedt het abonnement bovendien nog ruimte voor verdere uitbreiding. In tijden van stijgende energieprijzen ziet de minister zelfs meer potentie in het versterken van het openbaar vervoer via het D-ticket dan in maatregelen om brandstof goedkoper te maken.
Toch is het succes niet zonder kanttekeningen. Het ticket is de afgelopen jaren duurder geworden. Waar het abonnement aanvankelijk 49 euro kostte, ligt de prijs inmiddels rond de 63 euro per maand. Die stijging heeft volgens sommige cijfers een effect gehad op het aantal gebruikers.
Zo meldde de Duitse krant Süddeutsche Zeitung dat het aantal abonnementen na de prijsverhoging licht is gedaald. In november 2025 maakten nog ongeveer 14,7 miljoen mensen gebruik van het ticket, terwijl dat aantal in februari 2026 was teruggelopen tot ongeveer 14,1 miljoen.
Hoewel de daling relatief beperkt is, wijst het volgens critici wel op een belangrijke uitdaging: het succes van het ticket hangt sterk samen met de prijs.
Niet iedereen in de sector is overtuigd van de conclusies van het onderzoek. Vooral vervoerders zijn kritisch over de interpretatie van de resultaten.
Volgens Oliver Wolff, directeur van de branchevereniging Verband Deutscher Verkehrsunternehmen, blijkt het vermeende groeipotentieel niet uit de daadwerkelijke verkoopcijfers.
Wolff stelt dat de conclusies van het onderzoek daarom mogelijk “cruciaal onjuist” zijn. Met andere woorden: het ticket kan wel succesvol zijn, maar het bewijs dat er nog veel extra reizigers bijkomen is volgens hem onvoldoende overtuigend.
Naast de discussie over de reizigersaantallen spelen ook financiële vragen een rol. Vervoersbedrijven wijzen erop dat de inkomsten uit het ticket vaak lager liggen dan bij traditionele kaartjes. Tegelijkertijd stijgen de kosten voor exploitatie en infrastructuur.
Daarom pleiten verschillende vervoerders voor extra steun van de overheid of voor een aanpassing van de prijsstructuur. Zonder aanvullende maatregelen vrezen sommigen dat vervoersbedrijven in de toekomst lijnen moeten schrappen of tarieven verder moeten verhogen.
Ondanks deze zorgen blijft het Deutschlandticket een belangrijk experiment in het Europese openbaar vervoer. Het abonnement wordt vaak gezien als een voorbeeld van hoe eenvoudiger en betaalbaarder tarieven meer mensen kunnen overtuigen om de trein of bus te nemen.
Het debat rond het D-ticket wordt ook buiten Duitsland gevolgd. In verschillende Europese landen wordt gekeken naar vergelijkbare abonnementen om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken en tegelijkertijd klimaatdoelstellingen te ondersteunen.
Het Duitse experiment laat zien dat een eenvoudig en relatief goedkoop abonnement miljoenen reizigers kan aantrekken. Tegelijkertijd toont de discussie rond prijsstijgingen en financiering aan dat het succes van dergelijke systemen niet vanzelfsprekend is.
De komende jaren zullen daarom cruciaal zijn. Als het D-ticket erin slaagt om zowel reizigersaantallen te behouden als de financiële balans voor vervoerders te verbeteren, kan het model mogelijk dienen als blauwdruk voor andere Europese openbaarvervoerssystemen.